Consultaties op Maandag en Donderdag enkel na afspraak

Alternatieven voor een totale heupprothese

Conservatieve behandeling

Deze bestaat uit aanpassen van de fysische activiteiten (mijden van heupbelastende activiteiten), pijnstillers (paracetamol), ontstekingsremmers (NSAID), spierversterkende oefeningen om de heup te ontlasten.

Femorale/acetabulaire osteotomie

Dit wordt voornamelijk toegepast bij jonge patiënten met een aangeboren ontwikkelingsstoornis van de heup (congenitale dysplasie/luxatie). De bedoeling is om via doorzagen of kappen van het bot de femurkop en of bekkenpan (Ganz-Berne of Bernese osteotomie) te heroriënteren en nadien te fixeren in een meer optimale stand om op die manier de slijtage van het gewricht te vertragen. Dit betekent vaak een steunverbod van 6 weken tot 3 maanden!!

Arthrodese

Bij patiënten die te jong zijn voor een totale heupprothese kan overwogen worden om het gewricht vast te zetten. Hierdoor worden ze pijnvrij met toch nog een goede functionaliteit die opgevangen wordt door rug en knie. Nadien kan nog altijd een totale heupprothese geplaatst worden. Met deze techniek kan men het plaatsen van een prothese gemiddeld 15 jaar uitstellen.

Deze techniek wordt in onze dienst niet meer toegepast sinds de komst van de resurfacing techniek en prothesen met keramiek-op-keramiek koppel. Bovendien is een arthrodese, met verminderde functionaliteit tot gevolg (vb langdurig zitten in een vliegtuig), niet meer aanvaardbaar in onze huidige samenleving.

Pseudarthrose (Girdlestone)

Hierbij wordt de femurkop weggenomen zonder een prothese te plaatsen. Hierbij laat men het dijbeen gewoon articuleren in de heuppan. Patiënt kan hiermee stappen (met krukken), doch er is een flinke verkorting van het been. Deze techniek wordt alleen nog toegepast bij infecties van de heup.