Consultaties op Maandag en Donderdag enkel na afspraak

Heup Revisie Technieken

Revisie van een totale heupprothese

Wanneer 1 of beide componenten van de prothese loskomen moeten deze herplaatst worden. Dit noemt men een revisie. Er zijn verschillende mogelijke oorzaken voor het loskomen van de componenten :

  • osteolyse (botresorptie) tgv de polyethyleenwear;
  • infectie;
  • fractuur, tgv een val…

Een revisie is altijd een zwaardere ingreep met minder kans op goed resultaat.

revision

Revisie van de pan (acetabulair – deel in het bekken)

Tgv de botresorptie (osteolyse) kunnen er aanzienlijke botdefecten ontstaan. Wanneer er nog voldoende bot aanwezig is om een eventuele nieuwe pressfit pan (met botingroei – cementloos) voor 50% te bedekken met eigen bot, zal dit de eerste keus zijn. Wanneer echter het botdefect uitgebreider is zal men overgaan tot botreconstructie met donorbot uit de weefselbank. Er wordt dan een titanium verstevigingsring (type Ganz of BurchSchneider) geplaatst welke gefixeerd wordt met schroeven; hierin wordt dan een polyethyleencup (plastiek cup) gecementeerd.

Revisie van de steel (femoraal – dijbeen)

Hierbij wordt na verwijderen van de prothese de eventuele cement eerst verwijderd. Soms dient hiervoor een groot botluik gemaakt te worden in het dijbeen (Wagner osteotomie) om alle cement te kunnen verwijderen zonder het dijbeen te breken. Nadien wordt een modulaire cementloze steel (type Profemur) geplaatst. Modulair wil zeggen dat de prothesesteel uit maar liefst 4 verschillende componenten bestaat zodat een grote variatie qua stand van de steel kan bekomen worden om tot een ideale positie van de steel te komen.

Revisie van een BHR resurfacing prothese

Bij falen van de schelp op de bewaarde femurkop kan deze verwijderd worden en kan dan overgegaan worden tot een gelijkaardige procedure zoals bij een klassieke totale heupprothese. Hierbij wordt dan een klassieke steel geplaatst (met of zonder cement) waarop dan een grote metalen bol (modular head) geplaatst wordt die perfect past in de nog bewaarde pan; op die manier heeft men opnieuw een metaal-op-metaal koppel met bovendien minder kans op luxatie omdat het een zeer grote bol betreft. Indien ook de pan moet vervangen worden kan men nog altijd een klassieke totale heupprothese plaatsen met eventueel een keramiek-op-keramiek koppel.

Posterieure revisies van resurfacing cups

In sommige gevallen is revisie van de resurfacing kom mogelijk tot een kom grootte van gemiddeld 2,5 mm groter.

4grafiekposterieurerevisies

Nieuwste revisietechniek (primeur in België én wereld!)

Recent wordt in onze dienst een nieuwe techniek toegepast voor revisiechirurgie waarbij het metaal-op-metaal principe van de BHR resurfacing prothese wordt toegepast. Hierbij wordt dan thv het acetabulum een BHR cup (eventueel een BHR dysplasia cup) geplaatst waarin dan ook een dergelijke grote metalen bol (modular head) past die op een klassieke totale heupprothesesteel (vb Profemur steel) kan geplaatst worden. Op die manier hopen wij om in de toekomst zelfs bij revisies het aantal luxaties tot een absoluut minimum te herleiden!

Revisie bij infecties

Bij loslating tgv infectie zijn 2 opties mogelijk afhankelijk van de ernst van de infectie en het type kiem.

1) de prothese wordt tijdens één ingreep vervangen (one-stage techniek)

  • Hierbij wordt tijdens dezelfde ingreep de prothese verwijderd en vervangen door een nieuwe prothese nadat alle infectieuze weefsels zijn verwijderd en alles grondig werd gespoeld. Bij deze techniek is de kans op herinfectie wel groter (10% meer kans op herinfectie dan bij de twee-tijden techniek).

2) de prothese wordt in twee tijden vervangen (two-stage techniek)

  • Hierbij worden tijdens een eerste operatie alle prothesecomponenten verwijderd evenals alle infectieuze weefsel. Dan wordt een tijdelijke prothese (spacer) geplaatst die bestaat uit kunststof met antibiotica. Op die manier wordt gedurende 6 weken continu antibiotica afgegeven thv de plaats van infectie, naast antibiotica via een intraveneuze lijn. Tevens zal de spacer ervoor zorgen dat het been op lengte blijft en in veel gevallen kan patiënt hiermee zelfs stappen. Na 6 weken wordt de spacer verwijderd en wordt de definitieve prothese geplaatst op voorwaarde dat de infectie volledig uitgeroeid is. Deze techniek geeft de beste resultaten.
  • Soms kan men geen spacer gebruiken omdat er teveel schade aan het bot is. In dit geval moet gedurende 6 weken een skelettractie aangelegd worden om het been op lengte te houden; dit betekent wel dat patiënt dan 6 weken aan bed gekluisterd is!



Dergelijke ingrepen gaan gepaard met zeer veel bloedverlies, soms tot 5 –6 liter!!! Bloedtransfusies zijn dan ook onontbeerlijk. Ook andere complicaties, zoals luxaties, treden frequenter op.

Revalidatie na een revisie

De revalidatie verloopt over het algemeen iets moeizamer in functie van de uitgebreidheid van de revisie en de algemene conditie van de patiënt.

In principe laten wij onze patiënten altijd onmiddellijk volledig steunen met krukken of looprekje. De prothese dient immers reeds tijdens de operatie stabiel te zijn, zoniet is zij gedoemd om te falen!

Ook de hospitalisatieduur is over het algemeen langer : 14 tot 21 dagen afhankelijk van type ingreep en conditie van patiënt.

Complicaties na revisie

Naast de reeds gekende complicaties (zie complicaties bij totale heupprothese) dient men er rekening mee te houden dat na een revisie de kans op luxatie aanzienlijk groter is (ongeveer 10%). Uitzondering hierop is de revisie met BHR metaal-op-metaal koppel, waarbij een grote metalen bol gebruikt wordt in een grote metalen cup; hierdoor wordt de kans op luxatie tot een absoluut minimum herleid.