Consultaties op Maandag en Donderdag enkel na afspraak

Diagnose

Rhontgenkamer

Hoe ziet een normale heup eruit?

Het heupgewricht is een typisch “kop en kom”- gewricht, waarin de heupbewegingen plaats vinden. Een groot deel van de kop is omsloten door de kom. In dit opzicht verschilt het van het schouder- gewricht, waar slechts een klein deel van de kop omsloten is door de kom. Daarom heeft het heup- gewricht een meer beperkte bewegingsomvang, doch een betere stabiliteit dan de schouder. Het heupgewricht speelt een belangrijke rol in het dragen van het lichaamsgewicht en het voort- bewegen, dat tot stand komt door het bewegen van de beide benen.
Zowel kop als kom zijn bedekt met een laag kraakbeen; dit laatste zorgt voor een soepele pijnloze beweging in het gewricht samen met het gewrichtsvocht.

Bij arthrose gaat het kraakbeen afslijten en komt het bot bloot te liggen met pijn tot gevolg.


Waarom een totale heupprothese?

De vijf meest voorkomende redenen voor het plaatsen van een heupprothese worden hieronder wat nader bekeken. Volgens het Zweeds Nationaal Heupregister is arthrose de belangrijkste oorzaak voor het plaatsen van een prothese, doch er zijn belangrijke verschillen volgens leeftijdsdistributie.

 

1. Arthrose

Bij arthrose of osteoarthritis (Eng.) treedt er een slijtage op van het heupgewricht. Dit uit zich door progressieve pijn, verlies van beweeglijkheid en dwangstand van het gewricht (flexiecontractuur). Heuppijn wordt meestal gelokaliseerd in de lies en langs de binnen-, voor- of buitenzijde van het bovenbeen tot de knie. Soms klaagt de patiënt zelfs uitsluitend over pijn in de knie. Lage rugpijn kan ook van de heup afkomstig zijn. Eerst is er slechts af en toe pijn. Later krijgt de pijn een meer blijvend karakter en treedt ze ook op 's nachts. Arthrose wordt gekenmerkt door toenemende pijn bij het belasten van het been en startpijn. Verlies van beweeglijkheid wordt door de patiënt gewoonlijk pas vermeld als het aantrekken van sokken en het knopen van veters niet meer mogelijk is.

2. Arthritis (rheuma)

Ook rheumatoïde arthritis kan tot een gelijkaardig beschadigd, pijnlijk en stijf gewricht leiden. Het betreft hier een inflammatie (ontsteking) van de binnenbekleding van het gewrichtskapsel. De oorzaak is tot op heden niet duidelijk, doch bij deze aandoening vormt het lichaam antistoffen tegen eigen weefselbestandelen (auto-immuunziekte). De lokalisatie van de pijn is identiek, doch de uitlokkende factoren zijn verschillend.

3. Avasculaire Necrose (AVN)

Het gaat hier om een inzakking van de heupkop tgv een stoornis in de bloedvoorziening. Bijgevolg treedt er een misvorming op van de femurkop met inzakken van het kraakbeenoppervlak (collaps van de femurkop). Dit kan veroorzaakt worden door een trauma, door gebruik van medicatie (corticosteroïden), overmatig alcoholgebruik, stoornissen in het vetmetabolisme, stikstofembolen (duikers!) en door bepaalde aandoeningen. Wanneer dit niet adequaat heelt of niet geopereerd wordt bmv totale heuparthroplastie zal een versnelde arthrose van het gewricht optreden.

4. Fraktuur/Trauma

Patiënten met een heupfractuur net onder de femurkop komen ook in aanmerking voor een heupprothese in functie van de leeftijd. Bij jonge mensen geniet een osteosynthese de voorkeur. Bij de oudere populatie wordt meestal overgegaan tot het plaatsen van een biarticulaire (BHP) (de pan blijft intact) of totale (THP) heupprothese.

5. Congenitale heupdysplasie (CHD)/Heupluxatie

Bij deze aandoening is er een aangeboren ontwikkelingsstoornis van het heupgewricht waarbij de heupkop niet mooi gecentreerd zit in de pan; er kan zelfs een volledige ontwrichting aanwezig zijn. Wanneer dit niet adequaat behandeld wordt op zuigelingenleeftijd zal later een versnelde degeneratie (slijtage) van de heup optreden. Daarnaast zijn er nog een aantal aandoeningen die kunnen optreden op kinderleeftijd zoals Legg-Calvé-Perthes en Slipped Capital Epiphysis en die op hun beurt aanleiding kunnen geven tot versnelde arthrose van het gewricht op latere leeftijd.


6. Legg Calvé Perthes (LCP)

LCP treedt op bij kinderen meestal tussen de leeftijd van 5 tot 9 jaar waarbij de heupkop onvoldoende bloed krijgt. Heelkunde of andere behandelingen hebben meestal géén zin. De spontane evolutie van deze aandoening is een vervormde heupkop naar een meer afgeplat aspect en verkort been. Deze configuratie kan evolueren naar een vervroegde slijtage of arthrose van de heup.

7. Slipped Capital Femoral Epifysis (SCFE)

Vele vroege arthrosen bij jonge personen zijn het gevolg van een spontane “slipped epiphysis” op jonge leeftijd.

8. CAM Letsels – PINCER Lestsels – LABRUM Letsels

Meer en meer worden er predisponerende factoren gevonden waardoor slijtage van het gewricht wordt veroorzaakt.
1) Het bekken/kom dat onvoldoende gekanteld is. Neutrale stand of naar achter gericht (retroversie).
2) Dysplasie of te weinig bedekking van de heupkop door de kom.
3) Labrumletsel of scheur, waarbij de stootrand of zachtere rand beschadigd is. Dit kan primair zijn (sportletsel, bv. voetballen    of gevechtssport) of secundair, volgend op een afwijking van de heupkop of heupbol (CAMlesion)
4) CAMlesion waarbij de heupbol onvoldoende rond is en bij elke buigbeweging van de heup tegen de stootrand (labrum) gaat botsen. Hierdoor ontstaat opeenvolgend een kneuzing, scheur en zelfs ook kraakbeenletsel. Uiteindelijk zal hierdoor slijtage van de heup ontstaan.

Chirurgische behandeling van deze letsels zijn mogelijk, doch dienen wel te gebeuren vooraleer de slijtagekentekens te groot zijn.
Voor dysplasie en retroversie van de kom kan een osteotomie gebeuren met heroriëntering van de kom. (Heroriëntatie van de heupbol is hier minder gebruikelijk.)
Bij labrumletsels en CAMlesion kan een OPEN ontwrichting gebeuren of een arthroscopische techniek die in ervaren handen meer doelmatig wordt.

Andere oorzaken van heuppijn

  • adductorentendinitis van de heup
    Hierbij treedt er een overbelasting op van de adductoren van het dijbeen thv de aanhechting in de liesregio. De adductoren zijn de spieren die het been naar binnen trekken. De pijn localiseert zich hoog aan de binnenkant van de dij tegen de lies aan. De behandeling is conservatief en bestaat uit rust, ontstekingswerende medicatie en fysiotherapie. Soms kan een infiltratie of inspuiting helpen.
  • bursitis trochanterica
    Dit is een overbelasting van de slijmbeurs thv de grote trochanter van het dijbeen. De slijmbeurs zorgt normaal voor soepele wrijving tussen bot en weke delen. Bij overbelasting of bij aantasting van de aanhechting van de onderliggende pezen gaat de slijmbeurs opzwellen en zeer pijnlijk worden. De pijn lokaliseert zich thv de grote trochanter, hoog aan de buitenkant van het dijbeen. De behandeling bestaat initieel uit rust, ontstekingswerende medicatie, fysiotherapie, infiltraties, shockwave-therapie en ten lange laatste uit een heelkundige wegname van de slijmbeurs.
  • “snapping hip”
    Hierbij wordt een verspringend gevoel ervaren aan de buitenkant van de dij tgv verspringen van de tractus iliotibialis (peesblad) over de grote trochanter. Veel patiënten denken dan dat het gaat om een ontwrichting van de heup, doch dit is zeker niet het geval. Dit vergt geen behandeling.