Consultaties op Maandag en Donderdag enkel na afspraak

Veelgestelde vragen(FAQs) - Alle FAQs

Selecteer een categorie

Zoek FAQs
Toon alle FAQs

Vragen over de AMC Heup kliniek.

Iedere revisie (heringreep) kan leiden tot een minder goed functioneel resultaat. Het grootste risico is echter infectie van de prothese bij heringreep, doch zelfs in dit geval bestaan er oplossingen.
De kosten van de ingreep zijn individueel gebonden in functie van de ziekteverzekering en land van herkomst. Via e-mail kan U een persoonlijk kostenbilan laten opmaken. Richt uw verzoek naar: info@heup.be.
Eén tot 2 weken met 2 krukken, nadien gedurende 1 tot 2 weken met 1 kruk. Een wandelstok is overbodig. Na 4 tot 5 weken is er een volledig hervatten van de activiteiten van het dagelijkse leven. Meer intense activiteiten kunnen van dan af aangevat worden in functie van het subjectief welbehagen van de individuele patiënt.
U mag ze e-mailen of opsturen per post naar de praktijk. Zie contactadres. De röntgenopnames kunnen ook nog in het AMC verricht worden.
U dient best zelf krukken mee te brengen naar het ziekenhuis. Krukken worden ter beschikking gesteld door uw mutualiteit / zorg- of kruisvereniging. U kan ze tevens kopen in het ziekenhuis (ca. €25), of u krijgt ze ter beschikking gesteld bij uw consultatie en afspraak voor ingreep.
Preoperatieve kinesitherapie is niet noodzakelijk, doch mag en bestaat dan uit versterkende spieroefeningen, betere beweeglijkheid bewerkstelligen (kan pijnlijk zijn) en leren stappen met krukken teneinde na de ingreep vlugger te kunnen revalideren.

Een resurfacing gebeurt om technische redenen altijd via posterolaterale (achterste) toegangsweg. Voor een klassieke totale heupprothese ben ik na 1800 ingrepen ook overgeschakeld van laterale (transgluteaal) naar posterolaterale toegangsweg. De posterolaterale toegangsweg biedt talrijke voordelen tov. de laterale toegangsweg : de gluteus medius spier blijft intact zodat postoperatieve revalidatie sneller verloopt en het manken sneller verdwijnt, het aantal patiënten dat blijft manken na een heupprothese is kleiner met de posterolaterale toegangsweg, het anatomisch zicht is veel beter zodat de chirurg de componenten met meer precisie kan plaatsen (zeer belangrijk bij heringrepen), bij heringrepen wordt er minder repetitieve schade aangericht aan de spieren en het aantal patiënten met een slijmbeursontsteking (trochanteritis – een mogelijke complicatie na een heupprothese) is veel lager. Het enige nadeel van de posterolaterale toegangsweg is een verhoogde kans op luxatie (ontwrichting) in onervaren handen.

Wanneer men te maken heeft met patiënten jonger dan 75 jaar maakt men gebruik van een hard-op-hard koppel (danwel keramiek-op-keramiek of metaal-op-metaal koppel), omdat dit minder slijtage (wear) vertoont.
De levensduur en gebruik van deze materialen is natuurlijk flexibel en afhankelijk van de activiteit van de patiënt.
Zie ook totale heupprothese bij de jonge patiënt.

De pijn localiseert zich vnl thv de liesregio, doch kan ook uitstralen naar de ganse dij, rug en zelfs de knie.
De behandeling is symptomatisch en kan bestaan uit klassieke pijnstillers (vb paracetamol) of ontstekingsremmers (NSAID). Deze laatste echter kunnen bij langdurig gebruik het bot verzwakken! Verder dient men de fysische activiteiten aan te passen. Behandeling met hyaluronzuur wordt in onze dienst sporadisch toegepast.
Het is niet raadzaam om beide heupen tezelfdertijd te laten opereren omdat dit de kans op complicaties verhoogd. We laten minstens 6 weken à 3 maanden tussen beide ingrepen. In uitzonderlijke gevallen en om welbepaalde redenen gebeurt toch een bilaterale ingreep:
  • indien de patiënt niet te obees is;
  • indien de revalidatie te beperkt zal zijn door de aandoening van de andere zijde;
  • indien de patiënt in een uitstekende conditie is en gezond is.
Beiden kunnen gebruikt worden, doch pas op voor brand – of vrieswonden! Nooit ijs rechtstreeks op de huid. Ideaal is alternerend 20 minuten ijs gevolgd door 20 minuten geen ijs.
Warme kompressen worden de eerste 4 weken niet aangeraden.
Gewoonlijk neemt de pijn snel af gedurende de eerste dagen na de operatie, doch het kan enkele maanden duren eer alle ongemakken verdwenen zijn. Zwelling van het been is tengevolge van de verstoorde bloedterugkeer uit het been tgv de operatie. Een volledig herstel kan eveneens enkele maanden in beslag nemen.

Normaal gezien wordt donorbloed gegeven (indien nodig) vanuit de bloedbank. Dit wordt uiteraard onderworpen aan alle nodige testen. Autologe bloedtransfusie (= eigen bloed) wordt in ons ziekenhuis zelden gedaan, doch is mogelijk en moet dan enkele weken op voorhand met het bloedtransfusiecentrum afgesproken worden. De kans op een bloedtransfusie is klein (zie resultatenpagina).

Elke chirurg in België is altijd verzekerd tegen mogelijke fouten. Echter, in geval van complicaties bestaat er niets met betrekking tot overeenkomsten, verzekering, of garanties !

Voor complicaties en bekende problemen die zich bij heupchirurgie voor kunnen doen bestaat er geen aansprakelijkheid. De chrirug is altijd verantwoordelijk om de patient te hulp te staan voor zover hij daartoe in staat is. B.v. bij het beantwoorden van vragen, geven van adviezen en als de patient in het ziekenhuis is, of in het ziekenhuis terug komt, de patient te behandelen. Alle behandelingen bij complicaties zal de patient moeten betalen.
Ja, er wordt een volledig vooronderzoek gedaan: vragenlijst, bloedtest, electro-cardiogram en een interne specialist komt op bezoek.

Normaal gesproken verlaat je het ziekenhuis op krukken en ben je in staat om jezelf te helpen. Onnodig lang verblijf in het ziekenhuis drijven de kosten sterk op!

Dat is helemaal aan de patient. Voor normale rehabilitatie moet je denken aan tussen de 6 weken en 3 maanden. Patienten, die sneller willen herstellen, kunnen langer of frekwenter op fysiotherapie gaan, maar dat heeft dan meer weg van fitness training! Kinesie/fysiotherapie bij resurfacing omhelst meer het begeleiden van patienten, zodat ze niet te snel of te hard aan de slag gaan. Passieve kracht uitoefenen bij flexie van de heup mag niet worden toegepast. Dat leidt vaak tot pijn in de lies.

Alleen ernstige osteoprose van het been is een potentieel risico voor botbreuk. Andere oorzaken voor botbreuken zijn van technische aard, of avascular necrosis (AVN) van de heupkop.

Dit is nog niet gepubliceerd - neem a.u.b. contact op met de helpdesk.
  1. vanuit rechte pelvis stand
  2. anteroposterior zicht op de heup
  3. schuinzicht, of zijzicht, of “valse profiel” van de heup

Röntgenfoto's kunnen worden verzonden per email naar info@heup.be (jpeg, jpg-files),
GEEN DICOM – bestanden (volledige CD rom is noodzakelijk).
Röntgenfoto's of kopieën kunnen ook per normale post, of via FEDEX, UPS, DHL etc worden verzonden.

Is revisie bij resurfacing gemakkelijker?

Aan de femorale zijde zal men meestal overgaan tot het plaatsen van een primaire steel = als een eerste prothese. Het botverlies zou zich dus méér moeten situeren ter hoogte van het bekken of acetabulum. De recente revisies tonen dat er slechts gemiddeld 2,5 mm méér wordt weggenomen. Als dit in de toekomst bevestigd wordt is het doel van “eenvoudiger revisie of minder ingrijpende revisie” bereikt.

Vragen over de  Totale Heup Procedure.

Ikzelf heb tot nu toe meer dan 3000 totale heuparthroplastieën verricht. Momenteel voer ik nog steeds alle technieken uit waarbij voor elke patiënt individueel de beste prothese wordt gekozen. Wetenschappelijk en economisch gezien is een gecementeerde steel met een metaal op polyethyleencup de beste prothese techniek voor patiënten ouder dan 75 jaar. Voor jongere patiënten kan men kiezen uit een ongecementeerde of gecementeerde keramiek-op-keramiek of metaal-op-metaal heupprothese.

Het belangrijkste na een klassieke totale heupprothese ingreep is het voorkomen van ontwrichtingen (luxaties). De eerste 6 weken na de operatie zijn meest kritisch omdat tijdens deze periode de weke weefsels zich herstellen. Hoe en waarvoor men moet opletten wordt beschreven in de HEUPGIDS, bij revalidatie.
De belangrijkste indicator is pijn! Dit is individueel verschillend. Men mag niet overgaan tot operatie alleen op basis van de röntgenopname. Men zal pas beslissen tot het plaatsen van een prothese wanneer de pijn ondraaglijk of invaliderend wordt.

Vragen over de Heup Resurfacing procedure.

De BHR (Birmingham Hip Resurfacing), een totaal prothese met een metaal op metaal koppel en gefabriceerd door Smith & Nephew Company - www.smith-nephew.com.

Sinds maart 2004 wordt tevens Conserve Plus geplaatst (Wright Medical Company - www.wmt.com).

De slechte resultaten van de Wagner resurfacing prothese zijn voornamelijk te wijten aan de slechte eigenschappen van de wrijvingskoppels (metaal op polyethyleen of ceramic op polyethyleen) en niet door de chirurgische procedure op zich. Het hoofdprobleem bij jonge en/of actieve patiënten was de polyethyleenwear (plastiekslijtage) met osteolyse (botresorptie) en loslating van de prothese tot gevolg. In het bijzonder voor de Wagner resurfacing prothese met een grote metalen kop in een dunne polyethyleen pan is de resulterende polyethyleenwear tot 4 maal groter dan bij een klassieke totale heupprothese.

Zie voorpagina onder Nieuws - Prothese.

Hemi-arthroplastie resurfacings worden in Europa niet uitgevoerd omdat deze minder goede resultaten geven. In de Verenigde Staten worden wel hemi-arthroplastie resurfacings uitgevoerd omdat de volledige resurfacings nog niet goedgekeurd zijn door het FDA (Federal Drug Administration) . In onze dienst worden uitsluitend totale resurfacings uitgevoerd.

De BHR resurfacing prothese werd voor het eerst geplaatst begin 1997, de metaal-op-metaal resurfacing (McMinn – Birmingham) sinds 1991. Conserve Plus resurfacing (Amstutz – Los Angeles, USA) startte in 1998. De resurfacing techniek op zich bestaat reeds meer dan 40 jaar, de eerste metaal-op-metaal prothese dateert van 1938!

De oudste patiënt in mijn populatie met een resurfacing prothese is 75 jaar (mannelijke patiënten met een jonge vrouw – zeer actieve oudere mannelijke patiënten komen nog in aanmerking voor een resurfacing). Botkwaliteit en activiteit zijn de belangrijkste indicator.

Het antwoord op die vraag moet ik schuldig blijven. Ik bezit geen kristallen bol! Wij hopen dat dit type prothese bij de jonge en actieve populatie mogelijks meer dan 10 jaar zal stand houden in tegenstelling tot een klassieke prothese. Indien er geen osteolyse (botresorptie) of meetbare wear (slijtage) van het frictiekoppel optreedt kan de resurfacing zeer lang meegaan. Er zijn reeds in het verleden metaal-op-metaal prothesen geweest die meer dan 30 jaar hebben stand gehouden!

In dat geval kan nog altijd een klassieke totale heupprothese (THP) geplaatst worden. Alles hangt af van wat de reden is tot revisie ingreep. Zie bij revisies.
Een follow-up is voorzien na 6 weken, 2 jaar en 5 jaar. Indien er zich problemen voordoen kan dit natuurlijk frequenter. Voor een totale heupprothese is dit 6 weken en nadien 5 jaar.
Osteoporose, uitgesproken afwijking van bot of femurkop en gevallen waar de beenlengte en biomechanica niet kan hersteld worden. (zie ook contra-indicaties)
ALLES OVER HET PIEPEN BIJ RESURFACING.
Horen en zien...?
Ook genoemd “squeaking” in de Engelse taal, door Dr.De Smet wordt dit de “peepcreep” genoemd. De piepende geluiden worden veroorzaakt door een tijdelijk gebrek aan smering van de prothese, het “drooglopen” van de metaal-op-metaal prothese. Het klinkt als een niet gesmeerde scharnier van een deur; “het schurend scharniertje”. Dit piepen duurt normalerwijs minder dan 1 dag, en komt nadien meestal niet meer terug voor. Het start wanneer de patient zijn activiteiten doet toenemen of verandert. Trappen opgaan zal steeds het geluid doen toenemen (mogelijke uitlokkende factoren: bergbeklimmen, bergwandelen, houthakken, …).

Het komt niet meer voor na de periode van 2 jaar. Twee jaar is het tijdsinterval dat overeenkomt met de inloopfase van een metaal-op-metaal wrijvingskoppel. Inlopen (running-in) betekent dat de prothese zichzelf polijst en de prothese beter en beter in elkaar draait. Onmiddellijk na de ingreep wordt de prothese gesmeerd met bloed, deze film of smering wordt “lubrication” en “lubricationfilm” genoemd. Naderhand zal de smeervloeistof bestaan uit eigen gevormd serum en proteines (eiwitten). Het percentage van voorkomen moet op 1,5% van de patientengroep berekend worden.

Het is een goedaardig voorkomend fenomeen dat spontaan verdwijnt en géén enkele paniekreactie rechtvaardigt (breng in elk geval uw orthopedisch chirurg op de hoogte).

Normaal gesproken kunnen ze dat. Een van mijn patienten was al na 3 weken terug op zijn oude niveau, maar gemiddeld duurt dat 3 maanden. Skien met resurfacing, zelfs met een totale heup, moet geen problemen geven.
Kopnecrose of avasculaire necrose blijft een NIET frequente oorzaak van falen van resurfacing. AVN (avasculaire necrose) bij/na resurfacing.
Op heden blijft de discussie over AVN nog steeds open. Om de kans op kopnecrose zo klein mogelijk te houden kan men ofwel:
  1. een anterieure toegangsweg gebruiken (Watson-Jones) (Smith-Peterson);
  2. een anterolaterale toegangsweg;
  3. een Ganzapproach (posterieure toegang met anterieure ontwrichting, anterieure capsulotomie met grote trochanter osteotomie).
Deze drie toegangswegen behouden de bevloeiing, bloedvaten (circumflexe bloedvaten) die belangrijk zijn om de heupkop te voeden. Bij een achterste toegangsweg dienen deze opgeofferd te worden.
  1. een anterieure toegangsweg (Watson-Jones);
  2. een anterolaterale toegangsweg;
  3. een Ganzapproach (posterieure toegang met anterieure ontwrichting, anterieure capsulotomie met grote    trochanter osteotomie);
  4. posterieure toegangsweg.

Naast het al dan niet beschadigen van de circumflexe vaten, zijn de Watson-Jones, de Ganz approach (toegangsweg) en de achterste toegangsweg de beste voor het behoud en het NIET beschadigen van de spieren.
De Ganz approach heeft het NADEEL van de grote trochanterosteotomie die dient te helen, en waarbij 6 weken slechts gedeeltelijk steunen is toegelaten. Bijkomende nadelen zijn:

  1. kans op niet genezen (pseudarthrose);
  2. 2e ingreep noodzakelijk voor het verwijderen van de schroeven.

De anterolaterale toegangsweg beschadigt steeds de belangrijke abductorenspiergreep.

Vragen over de periode na de heupoperatie.

Een breuk van de hals van het dijbeen. Wanneer dit gebeurt moet de metalen bol en heupkop vervangen worden door een klassieke steel, met een grote metalen modulaire bol die opnieuw een gewricht vormt met de nog aanwezige metalen pan. Tot nu toe hebben wij zo 1 patiënt, doch momenteel is hij één van de gelukkigste patiënten. Wereldwijd is breuk van de femurhals de meest frequente verwikkeling 1/100 (1%). In mijn patiëntenpopulatie is die 0,05% (1/1900). Zie hoofdstuk complicaties.
De klassieke complicaties van elke chirurgische ingreep : infectie, zenuwletsel, thrombose, …, overlijden?? De kans op lengteverschil of luxatie postoperatief is bij een resurfacing echter quasi onbestaand in vergelijking met een klassieke totale heupprothese.
Triatlon, marathon renners, kampioen tennisspeler, windsurfers op woelige zee, Mont Blanc en Kilimanjaro bergbeklimmers, judo, karate, Martial Arts. Elke dag opnieuw sta ik verbaasd omtrent de activiteiten die patiënten hernemen na een BHR procedure, doch de beste resultaten zijn gewoon tevreden patiënten, welke activiteiten ze ook uitoefenen. Zie hoofdstuk activiteiten na een resurfacing procedure.
Dat is niet noodzakelijk, maar kan altijd voordeel hebben.
Bijna altijd is na een totale heupprothese onmiddellijk volledige steunname toegelaten. Er is hierbij géén verschil of het nu gaat om een “gecementeerde”, “ongecementeerde”, primaire of revisieprothese.
Zelfs een ingroei-prothese mag onmiddellijk volledig steunen.
Het motto is:
Ofwel is de prothese onmiddellijk STABIEL en mag men onmiddellijk volledig steunen, ofwel is de prothese NIET STABIEL (prothese tov het bot) en mag men nooit steunen.
Het is dus slechts uitzonderlijk dat slechts een gedeeltelijke steunname wordt toegestaan.
Na een resurfacing of klassieke totale operatie mag men de dag na de ingreep reeds uit bed. Na een klassieke totale heupprothese mag men pas uit bed na 1 à 2 dagen. Na een zware revisie-ingreep kan dit zelfs 5 dagen bedragen.
Na een resurfacing operatie mag men de dag na de ingreep beginnen stappen (lopen) met volledige steunname, meestal met krukken. Na een klassieke totale heupprothese is dit hetzelfde; dit gebeurt ofwel met 2 krukken of met een looprekje. Na een revisie-ingreep kan dit 2 à 3 dagen bedragen.
Neen! Een grotere incisie betekent niet dat er meer schade aangericht wordt aan de weefsels, integendeel, wanneer het nodig blijkt om een grotere incisie te gebruiken om zo een beter zicht te krijgen en de componenten exacter te kunnen plaatsen zou de chirurg dit zeker moeten doen. Alle weefsels worden immers nadien anatomisch hersteld, tot de slijmbeurs toe. De postoperatieve pijn kan deels beïnvloed worden door de lengte van de incisie! De grootte van de incisie is niet bepalend voor de destructie van de weefsels.
De haakjes na een totaalprothese worden in twee tijden verwijderd, respectievelijk 14 en 16 dagen na de ingreep. De helft wordt verwijderd (geschrankt natuurlijk) na 14 dagen, de andere helft na 16 dagen. Volgens diegene die de wonde verzorgt kan er natuurlijk beslist worden om de laatste haakjes eventueel enkele dagen langer ter plaatse te laten. Het verwijderen van deze haakjes dient te gebeuren met een specifieke haakjesschaar of tang !!!
Bij een intracutane hechting (onderhuidse hechting) zijn noch haakjes, noch draadjes zichtbaar. De onderhuidse hechting gebeurt met (in mijn praktijk) een resorbeerbare draad (verteerbaar of oplosbaar op termijn). Enkel de uiteinden van deze hechtingen, zoals knoopjes, zijn zichtbaar en kunnen verwijderd worden na 14 dagen. Deze uiteinden dienen ontsmet, afgeknipt en verwijderd te worden. Tegenwoordig wordt nog slechts 1 uitwendig knoopje gelegd. Het is geenszins de bedoeling de intracutane hechting volledig te verwijderen !!!
Pijnstillers zolang nodig is. Inspuitingen ter preventie van trombose worden doorgegeven gedurende 3-6 weken. Zo geen contraindicaties (cfr. gastrointestinale problemen) wordt Indocid gegeven gedurende 3 weken ter preventie van PAO. Zie ook complicaties.
Vermijd hoge hakken/hielen gedurende de eerste 2 maanden. Verder gelden er geen restricties. In de eerste dagen na de ingreep worden gemakkelijke en stevige schoenen verkozen voor de stabiliteit van het lopen.
Reeds enkele dagen na de operatie wordt gestart met trapoefeningen onder begeleiding van een kinesist (fysiotherapeut), doch volgens eigen tempo.
In geval van een klassieke totale heuparthroplastie is het de eerste 6 weken niet echt aangeraden om zelf met de auto te rijden. Nadien hangt het af van de snelheid waarmee volledige pijnvrije controle over het been verkregen wordt. In geval van een resurfacing kan dit meestal na 2 weken.
Overdrijf niet met oefeningen. Dit werkt nefast en is pijnlijk. Regelmatige oefeningen met matige intensiteit zijn ideaal. Hoe actiever je bent, hoe sneller de revalidatie verloopt, doch alles met mate!
Bepalende factor voor het ideale tijdstip is de klinische toestand van de patiënt. Patiënt moet zelf beslissen wanneer de pijn ondraaglijk wordt of de functionaliteit te sterk belemmerd wordt. Uitstellen van de ingreep betekent zeker en vast niet dat de kansen op succes van de prothese zouden verminderen!! Wel kan langdurig gebruik van ontstekingsremmers de botkwaliteit verminderen waardoor een resurfacing procedure soms niet meer kan uitgevoerd worden en men dus moet overgaan tot het plaatsen van een klassieke totale heupprothese.

Het zijn fabeltjes dat men slechts tweemaal een prothese per kant kan plaatsen. Het aantal revisie ingrepen is onbeperkt zolang er voldoende bot aanwezig is.
Krukken (indien mogelijk), thuismedicatie, comfortabel plat schoeisel, slaapgerei, toiletgerei, eigen handdoeken. Beddenlakens en dekens zijn voorhanden.
Het klikkend of klokkend gevoel in de heup komt voor in de eerste 6 maand na de ingreep. Het is een tijdelijk fenomeen waarbij een “decoaptatie” optreedt van beide prothesedelen of componenten. Dit betekent dat de twee grote metalen oppervlakken uit elkaar gaan en terug tegen elkaar aanklappen. Door de grote diameter van de bol zal dit noch slijtage noch beschadiging van de metalen oppervlakken teweegbrengen.
Door het losmaken van het heupkapsel, wat noodzakelijk is om de resurfacingprocedure te kunnen doen zonder de heupkop weg te halen, is het heupgewricht losser dan voordien. Dit wordt nog versterkt door de niet geoefende spieren door de heupconditie vóór de operatie.
Het klikken is pijnloos en verdwijnt eens het kapsel en spieren rond de heup volledig genezen zijn. Het komt voor in de eerste 6 maanden na de ingreep en zal progressief verdwijnen.
Het voorkomen ervan kan zeker wel 1 op 5 patienten bedragen.

Niet echt. Alleen de beenkwaliteit is belangrijk. Hoe langer je wacht met een operatie, hoe zachter het been, en deste hoger het risico van botbreuken en het risico dat resurfacing niet meer mogelijk is.
Dan heb je een nieuwe nodig. Om zeker te zijn, krijg je een keramiek-op-keramiek prothese die minimale slijt vertonen. Dit betekent ook geen resurfacing, en dus mindere mogelijkheden om nog alles te kunnen doen!! Na een resurfacing kun je nog steeds een totale keramiek-op-keramiek, of een metaal-op-metaal (net als bij resurfacing) prothese krijgen met minimale slijtage eigenschappen.

Ik heb tot nu toe 21 revisies uitgevoerd (slecht bij 5 van mijn eigen patienten!!)*.  De complicaties zijn niet veel groter als bij een standaard primaire heup operatie. Alleen het dislocatie risico zal waarschijnlijk net zo hoog zijn als bij een normale revisie (5-10%).

*) Laatst aangepast: 06-05-2006. Zie de publicatie over "Actuele Resultaten Resurfacing" voor meer recente cijfers.

 

Alle overige vragen.

De algemene regel is: gebruik van twee krukken zolang dit noodzakelijk is volgens uzelf of volgens de kinesitherapeut (fysiotherapeut).
Meestal betekent dit:
- 4 à 6 weken voor een klassieke totale heupprothese of een revisie-ingreep
- 1 à 3 weken voor een resurfacing operatie.
Alles is afhankelijk natuurlijk van patiënt tot patiënt en van ingreep tot ingreep.
Het vlugst is de jonge patiënt (<60 jaar) met een resurfacingingreep (soms slechts 1 week 2 krukken).
Het minst vlug is de oudere patiënt (>75 jaar met een totale REVISIE – ingreep)

Het gebruik van één kruk gebeurt op dezelfde wijze volgens eigen aanvoelen of op advies van arts of fysiotherapeut. Het moment van overstappen van twee krukken naar 1 kruk, is meestal het verbeteren van de steun op het geopereerde lidmaat, het vertrouwen krijgen van steun op het geopereerde lidmaat en het wegblijven van pijn.

Het lopen zonder krukken begint wanneer het mankend gangpatroon verdwijnt en wanneer men een volledige steun krijgt op het geopereerde been. (Normaal worden van de Trendelenburgstand en Trendelenburggang)

Bij een klassieke totale heupprothese bedraagt de lengte van de incisie tussen 8 – 15 cm afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de operatie (bv bij een heringreep) en de speklaag van de patiënt. Bij een resurfacing procedure is de incisie een stuk langer, nl. tussen 15 – 30 cm, dit omwille van technisch-anatomische redenen (er is meer plaats nodig thv de wonde omdat de heupkop bewaard blijft). Hier speelt de moeilijkheidsgraad van de operatie en de speklaag van patiënt ook een invloed.

Alles hangt af van het type ingreep, leeftijd van de patiënt en type patiënt.
  • Jonge patiënt, resurfacingprothese : 2 à 5 dagen.
  • Klassieke prothese, actieve patiënt : 5-tal dagen.
  • Klassieke prothese, ietwat oudere patiënt : 7 à 10 dagen.
  • Revisie-ingreep 7 à 21 dagen afhankelijk van:
    • zwaarte van de ingreep: vervangen van 1 of beide componenten
    • gebruik van botgreffen
    • leeftijd van patiënt
Ook de thuissituatie is belangrijk! Heeft men opvang thuis of niet. Kan er voor de dagdagelijkse verzorging, maaltijden en dergelijke gezorgd worden?

De wonde wordt in princiepe altijd met haakjes gesloten omwille van de tijdswinst en de kleinste kans op reactie door metaal. Het litteken is even mooi (of lelijk) als met klassieke hechtingen. Bij jonge mensen (vnl bij dames) en evtl op verzoek wordt intracutaan (onderhuids - plastisch) gehecht.
In navolging van de gunstige resultaten van hyaluronzuurinspuitingen in de knie, wordt deze behandeling nu ook meer en meer toegepast bij vroegtijdig kraakbeenlijden van de heup. In tegenstelling tot de knie echter, waarbij we dit op de raadpleging toedienen, moeten de inspuitingen in de heup onder röntgendoorlichting en in steriele omstandigheden gebeuren. Daarom wordt dit op ambulante basis en onder lokale verdoving uitgevoerd in het operatiekwartier. De behandeling bestaat uit 3 infiltraties, telkens met een tijdsinterval van 1 week. Bij de juiste indicaties lijken de eerste resultaten alvast veelbelovend.
Indien dit niet volgens de regels gebeurt, is er een risico op infectie wat latere behandelingen in het gedrang zou kunnen brengen. Daarom dienen deze hyaluronzuur inspuitingen op een kwalitatief correcte manier te gebeuren.
Bij afwijkingen ter hoogte van de heup krijgt men een positieve Trendelenburggang.
Dit is een typische eendengang of waggelgang. Bij lopen of staan wordt steeds het bekken horizontaal of pas gehouden. Bij een positieve Trendelenburg gaat het bekken afzakken wanneer op het been, waar het probleem zich situeert, gesteund wordt. Hierdoor ontstaat een waggelgang (het bekken kan niet in evenwicht gehouden worden).